Een oase van georganiseerde chaos
Het is een zonnige ochtend als we aankomen bij de Kindertuinen in Bussum. Midden in het park ‘Het Mouwtje’ vormen de Kindertuinen een oase van rust. Het enige wat je hoort is het ritselen van de bladeren in de wind, de zoemende bijen en het tevreden gekakel van de kippen in het kippenhok.\
Het eerste wat opvalt is de georganiseerde chaos: een uitbundigheid aan kleur en vorm, planten volop in bloei en een rijkdom aan vruchten en groenten, in contrast met de strak gemaaide paden en de bordjes met kindernamen voor elk moestuintje. Er is geen enkele twijfel mogelijk dat er met liefde, kennis en aandacht gezorgd wordt voor deze bijzondere plek.
Aan het einde van het brede graspad staat het centrale gebouw. Voor het gebouw staat een gezellig terrasje waar een aantal vrijwilligers van de zwoele zomerochtend aan het genieten zijn. Een warm onthaal volgt door Herman Kluck, één van de vele stille krachten achter de Kindertuinen.
Terwijl we plaatsnemen op het terras kan de sfeer je onmogelijk ontgaan: Ons kent ons, iedereen is welkom en iedereen is druk bezig met het één of ander. Waar de één het oogstseizoen en de Pompoenendag bespreekt, komt een ander met de zoveelste véél te grote courgette aanzetten. Weer iemand anders komt aanlopen met een prachtige bos bloemen: ‘Gewoon plukken hoor, want daar gaan ze meer van bloeien! Neem maar mee naar
huis wat je wilt.’ Dat sommige vrijwilligers hier al tientallen jaren rondlopen, begint steeds minder verrassend te klinken. Het werk is niet alleen leuk, het team is dat ook.
Maak kennis met Herman Kluck
Maak kennis met Herman Kluck (74), een van de vaste vrijwilligers achter de Kindertuinen in Bussum. Als voormalig technisch tekenaar is hij gewend praktisch naar problemen te kijken en oplossingen te vinden. Die ervaring neemt hij inmiddels twaalf jaar mee naar de Kindertuinen. Samen met een vaste ploeg onderhoudt hij het terrein, repareert hij gereedschap en zorgt hij ervoor dat alles veilig en bruikbaar blijft. Van gras maaien en heggen snoeien tot frezen, elektra en kleine bouwwerkzaamheden: Herman pakt op wat nodig is.
Herman is het schoolvoorbeeld van iemand die ‘een keertje helpt’ en vervolgens nooit meer vertrekt. Wat begon met een bouwtekening voor de nieuwe garage, groeide uit tot twaalf jaar betrokkenheid. Vrijwilligerswerk bij de Kindertuinen werkt volgens hem alleen als iemand oprecht plezier beleeft aan zowel het tuinieren als het werken met kinderen. Juist die combinatie maakt het werk voor hem de moeite waard.
Ook buiten de Kindertuinen is Herman graag praktisch en buiten bezig. Hij tuiniert thuis, heeft een eigen kas en helpt regelmatig anderen met werkzaamheden in huis en tuin. Bij de Kindertuinen staat hij zelden op de voorgrond, maar zorgt hij er samen met de andere vrijwilligers voor dat alles blijft draaien. Zo kunnen de kinderen zelf ontdekken hoe voedsel groeit en wat er allemaal leeft in en rond een tuin.
Het begon met een bouwtekening
Nog voordat de recorder goed en wel aanstaat, is het gesprek al in volle gang. Er is zoveel te vertellen over de Kindertuinen, de kinderen, de vrijwilligers en de geschiedenis van deze plek. Herman heeft dan ook niet veel aanmoediging nodig. ‘Ik ben twaalf jaar geleden gestart bij de Kindertuinen’, legt hij uit. ‘Mijn vrouw was al vrijwilliger. Toen de garage gebouwd moest worden, vroegen ze of ik een keertje kon meehelpen. Ik was een beetje handig, dus ben gaan helpen’, vertelt hij bescheiden.
Even later blijkt dat ‘een beetje handig’ nogal een understatement is. ‘Voor de garage moest een vergunning worden aangevraagd en daarvoor was een bouwtekening nodig’, vervolgt Herman. ‘Wie kon die maken? Nou, ik toevallig.’ Hij vertelt er bijna terloops bij dat hij vroeger technisch tekenaar was. Zo begon het met één bouwtekening. Daarna volgde vanzelf de vraag of hij ook nog even naar iets anders kon kijken. En nog iets.
Het komt zoals het komt
Twaalf jaar later is Herman er nog steeds. ‘Ik ben uiteindelijk niet alleen blijven hangen vanwege het werk, maar ook vanwege de plek zelf en de mensen die het allemaal mogelijk maken. Vandaag de dag ben ik onderdeel van een hele vaste ploeg van zo’n zes mensen die van alles doen als de kinderen er niet zijn’. Herman noemt frezen, gras maaien, heggen snoeien, bemesten en het onderhouden van gebouwen en gereedschap. ‘Het is maar net wat nodig is.’ Nog voordat Herman zijn opsomming goed en wel heeft afgerond, staat de volgende klus al voor hem klaar. Eén van de vrijwilligers komt melden dat er iets mis is met de elektra. Of Herman straks even kan meekijken. Hij glimlacht: ‘Het komt zoals het komt, maar er is altijd werk’.
Dinsdag is de vaste klusdag, maar los daarvan is er niet echt een strak schema. Het werk is wel sterk seizoensgebonden. In de winter ligt de nadruk op snoeien, de tuinen leeghalen en plantenresten verwerken. In het voorjaar wordt alles gefreesd en klaargezet voor de kinderen. De zomer en herfst staan vooral in het teken van maaien, repareren en kleinere klussen.
Daarnaast zijn er ook genoeg klussen die maar zelden terugkomen, zoals contact met de gemeente over gevaarlijke takken in de torenhoge karakteristieke bomen op het terrein. Of het plaatsen van een hek om de poel. ‘Niet omdat er ooit iets is gebeurd, maar om te voorkomen dat een kind er onverhoopt toch invalt’, legt Herman uit. Veel van dit werk gebeurt als de kinderen er niet zijn. Tegen de tijd dat zij komen tuinieren, staat alles voor ze klaar.
Laat het ze zelf maar ontdekken
Terwijl we door de tuinen lopen wordt de omvang van de Kindertuinen echt duidelijk. Naast de tuintjes van de kinderen zelf, elf tuinen met ieder veertien kinderen, is er ook ruimte voor andere projecten. Zo hebben veel vrijwilligers hun eigen stukje tuin. Een nieuwe kas moet jonge planten een voorsprong geven in het voorjaar en dienstdoen als ruimte voor lezingen en workshops. Een siertuin mag ook niet ontbreken. Natuurlijk groeien daar druiven over de pergola’s.
Misschien wel het meest herkenbare onderdeel van de Kindertuinen zijn de velden met pompoenen. Die worden tijdens de Pompoenendag verkocht. Ook de uit de kluiten gewassen courgettes gaan niet verloren: ze worden ingemaakt en later eveneens verkocht. Wie daarna nog courgettes over heeft, kan er volgens Herman altijd nog soep van maken.
Als Herman wordt gevraagd waarom al dit werk wordt gedaan, antwoordt hij: ‘Ieder kind beschikt over eigen stroken. Dit biedt ruimte voor groenten, bloemen… Verschillende soorten gewassen. Het belangrijkste is dat kinderen begrijpen waar voedsel vandaan komt en dat een krop sla niet simpelweg ‘uit de Albert Heijn’ komt’. Vlinders en bijen kruisen ons pad en verderop vliegt iets groens weg en laat een knikkende zonnebloem achter. Herman vertelt verder: ‘We willen dat kinderen het hele proces meemaken, het zaadje in de grond stoppen, wachten tot het eerste groen zichtbaar is boven de grond, het verzorgen, oogsten, meenemen en opeten.’
We worden onderbroken door een schelle roep en opnieuw een groene flits. Soms gaat het volgens Herman helemaal niet om de planten of het tuinieren. Dan eisen de kippen die een krop sla krijgen, de salamanders en kikkers in de poel of een dood eekhoorntje alle aandacht op. Vandaag zijn het de halsbandparkieten die zich nadrukkelijk laten horen. De natuur volgt nu eenmaal haar eigen lesprogramma en juist die onverwachte momenten blijven kinderen vaak het beste bij.
Herman komt met een mooi voorbeeld. Reinier, de voormalige begeleider van de kinderen, is helaas niet meer onder ons. Als kinderen hem om hulp vroegen, stelde hij altijd een wedervraag: ‘Hoe zou je het zelf oplossen?’ Laat ze het zelf maar ontdekken, was zijn aanpak. Hij liet de kinderen eerst rondlopen en begon niet meteen met uitleggen.
Precies dat ziet Herman graag: kinderen die zelf op onderzoek uitgaan, vragen stellen en zichtbaar genieten van alles wat ze tegenkomen. Als ze aan het einde ook nog met groenten en bloemen naar huis vertrekken, weet hij waar hij al het werk voor doet.
Onkruid hoort er ook bij
We dwalen door het ruime fort, gevuld met interactieve en leerzame spellen over Pampus, haar geschiedenis en haar rol binnen de Stelling van Amsterdam. Scheuren in de muren verraden het verleden van het fort en herinneren tegelijk aan wat onderhouden moet worden.
‘Het eiland vraagt het hele jaar door toezicht en zorg,’ zegt Martin. ‘Niet alleen voor onderhoud, maar ook ter bescherming tegen vandalisme. Alleen al daarom kan Pampus nooit volledig worden afgesloten.’
‘In het open seizoen zijn we op maandagen gesloten,’ vervolgt hij. ‘Dat is hét moment om dingen uit elkaar te halen. Het enige moment waarop we, zoals ik het noem, lekker rotzooi kunnen maken. In de wintermaanden hebben we daar simpelweg meer ruimte voor.’
Een club waar je niet meer weggaat
In de smalle gangen van het fort merk je pas hoe stil het eiland in de winter is. Normaal klinkt hier het geroezemoes van bezoekers of hoor je in de verte mensen door dezelfde gangen lopen. Nu weerkaatsen alleen je eigen voetstappen en de wind tegen de muren.
Terwijl we ons weer een weg naar boven banen, de kou in, zegt Martin:
‘De stilte is vertrouwd. Alleen zijn hoort bij het werk, maar het is nooit eindeloos. De volgende dag zijn er altijd weer mensen op het eiland, ook in de winter. Zelf overnacht ik hier één keer per week; op andere dagen zijn de fortwachters aanwezig. Het huisje op het eiland is van alle gemakken voorzien.’
Niet afhankelijk van 1 man
Toen in de jaren dertig de Afsluitdijk werd voltooid, verloor Pampus zijn strategische betekenis. De vijand die ooit via zee werd verwacht, kon het eiland simpelweg niet meer bereiken. Het fort sloot, de artillerie verdween en decennialang raakte het eiland in verval. Pas veel later werd besloten het niet te laten verdwijnen, maar bewust te behouden. Met de overname door Stichting Forteiland Pampus kreeg het eiland opnieuw richting. Niet als monument in stilstand, maar als plek waar erfgoed en moderne oplossingen elkaar versterken.
Martin glimlacht als hij vertelt hoe ver die gedachte inmiddels reikt.
‘Als op het vasteland alles stilvalt, kan Pampus in theorie nog jarenlang zelfstandig functioneren, zolang er niets kapotgaat dat we niet zelf kunnen repareren.’
Wat hem misschien nog het meest fascineert, is dat de geschiedenis hier niet afgerond is. Oude verhalen, tekeningen en materialen blijven opduiken, soms op onverwachte plekken.
‘En tegelijk bouwen we hier elke dag verder. Niet alleen aan de toekomst van het eiland, maar ook aan haar geschiedenis.’